Geschiedenis

Een bijzonder begin.

Heel lang werd gedacht dat de molen in 1792 gebouwd is door Roelof de Leeuw en de molen vernoemd zou hebben naar zijn vrouw Elizabeth Admiraal.   Echter deze oudschepen en burgermeester van Monnickendam blijkt bij nader onderzoek al in 1763 overleden.  De in 1702 geboren Elizabeth Admiraal was dus zelf de investeerder in dit bouwproject en al in de negentig, en toen ze op 12 juni 1792 voor 350 gulden het Jan Betten ven in de Buiksloterpolder kocht, “groot een dijmpt tweehonderd twaalf roeden.  Nog dat zelfde jaar is de molen voltooid en in gebruik genomen.

Als eerbetoon aan haar man liet Elizabeth twee leeuwen plaatsen op het zuidoostelijke dak van de molenschuur.  Op de oudste nog bestaande foto van de molen zijn de leeuwen nog te zien. Maar helaas vrij spoedig daarna verdwenen.  Tijdens het nationale molenweekend in mei 2009 stonden er na 120 jaar weer twee leeuwen op de molen samen met  een kopie van een reclamebord die de leeuwen ooit flankeerden.

 

 

 

 

 

 

Verschillende eigenaren.


In 1897 wijst de nieuwe eigenaar Daniël Melchers trots naar het reclamebord dat van de stelling verplaatst is naar het terrein naast de molen.

 

Eind Juli 1793 overleed Elizabeth Admiraal en werd in hetzelfde graf bijgezet als haar man in het koor van de grote kerk van Monnickendam.
Op 17 mei 1806 verkochten de erfgenamen van Elizabeth de Schulpzandmolen d’Admiraal en het bijbehorende land voor 3500,-  gulden aan Jan Spaans te Buiksloot. Zes jaar later stierf deze eigenaar op 52 jarige leeftijd en werd een zoon uit een eerder huwelijk van zijn vrouw de nieuwe eigenaar.   Deze Timon Grool verkocht op 12 november 1842 de molen voor 4000,- gulden aan zijn zoon Simon.

 

 

 

 

Melchers


Op 8 september 1896 overleed Willem Johan Melchers op het adres Bickersgracht 1 in Amsterdam. Uit zijn nalatenschap kwam d’Admiraal volgens de boedelscheiding op 25 juli 1897  aan zijn zoon Daniël Melchers die op 9 augustus 1867 geboren was.

Daniël Melchers plaatste in de molen een oliemotor en later een electromotor,zodat het bedrijf niet meer geheel van wind afhankelijk was.
Naast krijt voor schilders en tras verkocht Daniël Melchers ook Brussels aarde voor ijzer- en kopergieterijen.  Ook handelde hij in China-Clay voor fijn pottenbakkerswerk en in brandvrije asbest- en lavacementplaten.
Bij de watersnoodramp in 1916 toen het hele terrein, molen en molenaarshuis onder water kwamen te staan werden zakken cement die op de molenwerf lagen veranderd in steenklompen die later werden verkocht aan boeren in de omgeving die er hun landwegen mee verhardden.

De grondstoffen die opgeslagen werden in de nu helaas verdwenen schuren werden door Schipper Willem via het Noordhollands Kanaal aangevoerd.  Het fijne zand kwam uit Groet en het krijt uit Noord Frankrijk.
Na gemalen te zijn in de molen werden de producten met roeiboten die “gondels” werden genoemd naar de Amsterdamse afnemers gebracht.  Na 1920 zijn ze vervangen door een vrachtwagen die bestuurd werd door Piet Honingh.

 

 

De molen raakt in verval.

Omdat Daniël Melchers geen opvolger had beëindigde hij in 1954 op 87 jarige leeftijd zijn bedrijf. Op 7 oktober van het volgende jaar overleed Daniël en zijn erfgenamen verkochten op 2 januari 1956 de molen voor fl.80.000,- aan de naast d’Admiraal gevestigde N.V. Zand- en Grindhandel v/h D. van Baarsen, die er opslagruimte van maakte.  Het niet meer onderhouden maalwerk raakte in verval. Er ontstond lekkage en wegens gevaar van omlaag storten werden uiteindelijk ook de wieken verwijderd.