Molenaar


Harm-Ydo Hilberdink
Foto: Ruud Koppenol

De huidige molenaar van de Krijtmolen is sinds 1989 Harm-Ydo Hilberdink (Groningen 1958). Zijn voorganger was Henk van Petten, die om gezondheidsredenen met het molenaarsvak moest stoppen.

Hilberdink leerde het molenaarsvak van de in molenkringen bekende Groninger molenaar Bernard Dijk. De korenmolen van Vierhuizen (bij Zoutkamp) was twee jaar lang de lesmolen waar hij zijn praktijkervaring opdeed. Het examen werd in november 1976 afgenomen op ‘De Korenschoof’ in Noordlaren. Op 5 maart 1977 nam hij in Amsterdam het Getuigschrift voor Vrijwillig Molenaar in ontvangst op de jaarvergadering van de vereniging ‘De Hollandsche Molen’. Hij was toen de jongste gediplomeerde molenaar van Nederland.

Vanaf dat moment vormde hij samen met collega molenaars Harm van Huis en Herman Wildenberg in de weekenden een driemanschap op korenmolen ‘De Meeuw’ in Garnwerd.
Na twaalf jaar malen voor diverse bakkers en particuliere afnemers verliet hij Groningen ivm zijn studie aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten om regisseur te worden.

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

Fragment uit Kortamsterdams

Ondanks zijn vaste voornemen om eerst zijn studie af te ronden en dan pas op zoek te gaan naar een ‘nieuwe’ molen, kwam hem eerder ter ore dat er voor de Krijtmolen in Buiksloot een nieuwe molenaar werd gezocht.

Na diverse gesprekken met het toenmalige molenbestuur onder voorzitterschap van Dhr. Bob Groot kreeg hij op maandag  19 maart 1990 de sleutel van de molen. Sindsdien is hij de vaste molenaar van Krijtmolen d’Admiraal.

Alweer bijna twintig jaar laat Harm-Ydo naast zijn werk als theater- en televisieregisseur de molen regelmatig draaien en bij voldoende wind ook malen.

Vrijwillig molenaar:

Toen in de jaren zestig van de vorige eeuw het besef steeds sterker werd dat molens voor het nageslacht behouden moesten worden werden steeds meer molens gerestaureerd. Helaas waren er nog onvoldoende oud-molenaars  om met deze molens te werken en ze te laten draaien. Veel molens raakten daardoor al weer snel in verval, omdat zeer zeker bij niet werkende molens het spreekwoord geldt: ‘rust roest’.  

Op initiatief van de ‘Vereniging de Hollandsche Molen’  is daarom overgegaan tot de oprichting van ‘Het Gilde van Vrijwillig molenaars’. Deze groep vrijwilligers stelt zich tot doel, na een gedegen opleiding,  gerestaureerde molens weer regelmatig te laten draaien en indien mogelijk in werking te stellen.


Molenaar Harster met knecht op de stelling bij het vangtouw rond 1890. op de achtergrond de toren en molens van Nieuwendam.

Door een molen regelmatig in beweging te houden kan een volgende grote restauratie vaak met een aantal jaren worden uitgesteld. Een draaiende en/of werkende molen moet altijd tiptop in orde zijn; vandaar dat de molenaar vaak bezig is met allerlei klusjes zoals schilderwerk, het repareren van touwen of het smeren van de diverse draaiende onderdelen.

Naast het feit dat het voor de constructie van de molen goed is om te draaien, versterkt het beeld van een malende molen ook de grote landschappelijke functie die deze al zoveel jaren heeft in ons Nederlandse landschap.