Anno 1792

Krijtmolen d’Admiraal

Restauratie

restauratie1

Een stevig onderstel

Restauratieplannen
Nadat in 1964 onder leiding van de heer T.C. Groot een restauratiecomité was opgericht dat later werd omgezet tot de huidige stichting kon met de voorbereiding van het behoud van de molen worden begonnen.
Dat de molen eigenlijk al opgegeven was blijkt wel uit het feit dat de Krijtmolen niet is opgenomen in het in 1964 uitgekomen molenboek van de provincie Noord-Holland.
Op 30 maart 1965 schonk de N.V. Grind- en Zandhandel D. van Baarsen de Krijtmolen aan de stichting die de molen na restauratie weer in vol bedrijf wilde nemen voor het malen van Chamottestenen die misvormd uit de steenfabriek waren gekomen om als poeder weer als basis voor nieuwe stenen te kunnen dienen.

 

Kosten
De restauratiekosten werden voor een groot deel verkregen uit bijdragen van het rijk, de provincie Noord-Holland en de gemeente Amsterdam.  Al met al niet genoeg voor de op  fl. 212.617,- geraamde kosten.  Daarom droegen verschillende instanties bij zoals de Vereniging van Bedrijven in Amsterdam-Noord maar ook talrijke andere organisaties en particulieren.  Een groot bedrag kwam binnen door de verkoop van speciaal gemaakte speldjes die via de Spaarbank voor de Stad Amsterdam in al haar kantoren voor fl.1,- te koop was.  De stichting speelde hiermee handig in op de in Nederland woedende speldjesrage die zeer populair was bij de jeugd.

Restauratie
De restauratie begon in oktober 1965 en verliep niet zonder problemen. Dacht men in eerste instantie dat de fundering van het molencomplex nog goed genoeg was bleek later toch dat deze hersteld moest worden. Het molenlijf werd met een grote drijvende bok van zijn plaats gelicht en tientallen meters verderop te worden neergezet.   Er kon door molenmaker J.C. Jonker uit Zaandijk begonnen worden met het herstel van de fundering en vernieuwing van de basis voor de schuur en de vierkante onderbouw die uitgevoerd is in duurzaam Azobé hout.  Deze houtsoort is ook gebruikt voor de nieuwe staart constructie en onderdelen van de kap.  Andere delen zoals het achtkant (de romp) de koningspil en verschillende tandwielen hoefden niet vervangen omdat de conserverende werking van het verstoven krijt en tras zijn werk goed had gedaan.Op 30 mei 1967 kon het molenlijf weer teruggezet worden op zijn oorspronkelijke plaats en kon ook de kap met de uit 1876 daterende gietijzeren bovenas weer naar boven worden gehesen.De ijzeren roeden werden vervangen door nieuwe exemplaren van de firma Conijn uit Wormer en werden voorzien door fokwieken die ontwikkeld waren door ir. P.L.Fauël.
 

restauratie3

Burgemeester Samkalden (l) opent de molen

d’Admiraal maalt weer!
Op zaterdagmorgen 4 november 1967 kon de Burgemeester van Amsterdam dr. I. Samkalden d’Admiraal door het lichten van de vang opnieuw in bedrijf stellen. Op dat moment ging men er vanuit dat de Krijtmolen weer volledig in gebruik genomen kon worden genomen. Het was de bedoeling dat uit de opbrengst de exploitatie- en onderhoudskosten gedekt konden worden en er zelfs een kleine winst zou overblijven.  In 1968 werd een poging gedaan door de N.V. Magnesiet en Amarilfabrieken (MAF) maar stopte na 2 jaar “proefdraaien”.   Daarna maalde de molen af en toe diverse producten zoals verschillende mineralen maar ook cacaodoppen die gebruikt werden bij de het gieten van ijzer.  Verder nog kunstmest en steenpoeder voor de restauratie van het Amsterdamse Burgerweeshuis. Het malen van ferro-molybdeen veroorzaakte zulke groeven in de stenen dat het malen gestopt moest worden!  De laatste jaren maalde de molen dakpannen voor gravel als basis voor tennisbanen en tuinpaden.  Ook werd dit steengruis gebruikt als basis voor de verfstof “pannenrood”.

 

Restauratiefoto's

 

Geplaatst op: 8 november 2016 door admin