Anno 1792

Krijtmolen d’Admiraal

Molenbiotoop

 

Ontwikkelingen in de biotoop van de Krijtmolen d’Admiraal 1900-2030

  1. Belang van behoud van de Krijtmolen en de molenbiotoop

Molens behoren tot Nederlands meest herkenbare monumenten. Het zijn bakens in het landschap, herkenningspunten in het silhouet van steden en dorpen. Molens zijn historisch erfgoed: monumenten van techniek en economische ontwikkeling, maar ook van herinnering en nostalgie. Daarom zijn het belangrijke cultuurhistorische monumenten. Krijtmolen d’Admiraal is aangewezen als Rijksmonument, mede omdat deze beeldbepalend is voor Amsterdam-Noord en vooral omdat het nog de enige werkende krijt- en traswindmolen ter wereld is.

Met steun van de Nederlandse overheid is het beroep van molenaar in november 2017 erkend als immaterieel Werelderfgoed. Dit heuglijke feit werd door een groot gezelschap van molenaars en molenbestuurders gevierd in de Krijtmolen – vanwege het unieke historisch karakter van de molen en de centrale ligging. Tijdens de Open Monumentendagen werd de Krijtmolen als eerste monument genoemd door wethouder Meliani, omdat deze uitstekend past bij het motto ‘typisch Amsterdams’: de aanvoer van tras (vanuit de Eifel) en krijt (vanuit de Jura) onderstreept de eeuwenlange band tussen Amsterdam en andere delen van Europa c.q. de wereld.

  1. Veranderingen in de toestand van de molenbiotoop

De Krijtmolen werd in 1792 gebouwd voor het malen van kalksteen tot krijt en van tufsteen tot tras, een eeuwenoud bindmiddel voor een bijzonder soort cement. Voor het malen van deze brokken steen zijn extra zware molenstenen nodig. Om deze aan te drijven moet de molen erg veel wind vangen. Daarom is de molen gebouwd in het destijds open landschap ten noorden van Buiksloot, waar de voornamelijk zuidwestenwinden vrij baan hadden over het IJ en de aangrenzende weilanden. Deze situatie was in 1900 nog nauwelijks veranderd (Figuur 1), en is nog lang gebleven. Tot in de dertiger jaren van de vorige eeuw was de molen nog zichtbaar vanaf de perrons van het Amsterdamse Centraal Station. Tussen 1900 en 1950 ontwikkelde zich de scheepsbouw op de Buiksloterham en werd Floradorp gebouwd (linksonder op het kaartje van 1950), maar het gebied in een straal van 500 m bleef redelijk vrij van hoogopgaande bebouwing en boomgroei tot ongeveer 1970.

Tot aan ongeveer 1990 bleef de directe omgeving vrij van hoge gebouwen. Wel werden vanaf 1960 sportparken met windsingels aangelegd en pal ten zuiden kwam de kinder­boer­derij, waar ook bomen werden geplant. Niettemin schreef het hoofd Beplantingen van de Gemeente Amsterdam in 1972: ‘dat in het ontwerp voor de omgeving van de molen “d’Admiraal” reeds rekening was gehouden met de noodzakelijkheid, dat geen hoog geboomte de maalwerkzaamheden van de molen zouden hinderen’. Niets bleek echter minder waar. Na het planten van de bomen zijn ze jarenlang door blijven groeien, zonder dat de gemeente hier iets aan deed.

Uit de Molenbiotoopinventarisatie Noord-Holland, die in 2006 door de Provinciale Molencommissie werd uitgevoerd bleek dat de kwaliteit van de Krijtmolenbiotoop bedenkelijk is (Figuur 2). Zeer grote windobstakels zijn de brug over het Noordhollandsch Kanaal (B), het ziekenhuis (H), het aangrenzende Mentrum (M), de appartementen aan het Jesse Owenshof (J) en de Spyridon Louisweg (S). De brug werd in 1983 geopend. De gebouwen zijn van rond 1990.

1900

1950

1960

1970

1980

1990

2000

2017

2030

Figuur 1. Ontwikkeling van het gebied rond de krijtmolen d’Admiraal tussen 1900 en 2017 (www.topotijdreis.nl) en situatie in 2030 volgens Stedenbouwkundig Plan Elzenhagen Zuid                (29 november 2017).

Ten behoeve van het biotoopplan van de Stichting Krijtmolen d’Admiraal (2010) is in eigen beheer een inventarisatie gemaakt van vrijwel alle bomen in de nabijheid van de molen. Zeer veel bomen bleken aanzienlijk hoger dan wenselijk voor het goed functioneren van de molen (Figuur 3). Vanaf 2011 is er op ons verzoek door de gemeente vrijwel jaarlijks een aantal hinderlijke bomen geknot, gekandelaberd of vervangen door lagere beplanting, maar nog steeds staan er veel (te) hoge bomen die het functioneren van de molen hinderen.

  1. Relaties met betrokken partijen

Vóór de bouw van het ziekenhuis zijn na overleg tussen de besturen van de Krijtmolen en het ziekenhuis, de plannen enigszins zijn aangepast: het hoogste deel van het ziekenhuis is zo ver mogelijk van de molen geplaatst. Naderhand is er zonder overleg met het molenbestuur alsnog een extra verdieping op het ziekenhuis geplaatst, die de nodige hinder oplevert voor wind uit die (noordelijke) richting. Over de realisatie van Mentrum, nog dichter bij de molen, is geen enkel overleg geweest.

Figuur 2

Figuur 3

Figuur 2 (links) Overschrijding van de biotoopnormen rond de Krijtmolen volgens de Molenbiotoopinventarisatie Noord-Holland (2006). Geel = matige overschrijding, oranje is sterke overschrijding, rood = zware overschrijding.

Figuur 3 (rechts) Overschrijding van de biotoopnormen (in meters) van de 440 geregistreerde bomen van het stadsdeel tot ongeveer 250 m vanaf de molen volgens het molenbiotoopplan van de Stichting Krijtmolen d’Admiraal (2010).

Het molenbestuur heeft destijds geen bezwaar aangetekend tegen de bouw van de appartementen aan het Jesse Owenshof omdat in het overleg vooraf werd aangegeven dat er drie woonlagen zouden komen. Niet gemeld werd toen dat de woonlagen boven een parkeergarage op straatniveau geplaatst zouden worden. Ook deze bebouwing hindert het functioneren van de molen.

Na het tot stand komen van het concept-biotoopplan in 2010 is overleg gevoerd met omwonenden, de aangrenzende kinderboerderij ‘De Buiktuin’ en Stadsdeel Noord over verbetering van de biotoop door de meest hinderlijke bomen gefaseerd te vervangen door lagere bomen en struiken. Het vervangen van de populierenrij langs de oostzijde van het Noordhollandsch Kanaal kwam daarbij nog niet aan de orde, vanwege de transformatie die de sportvelden in dit gebied nog zouden ondergaan.

  1. Gevolgen van de veranderingen van de biotoop voor het functioneren van de molen

Om de molen als zodanig in stand te houden is een goede windvoorziening van primair belang. Als de molen onvoldoende wind vangt en niet of weinig kan draaien treedt onherroepelijk verval op. Ook zullen er dan geen molenaar en vrijwilligers bereid zijn de molen in te stand houden. En dat terwijl de Krijtmolen tegenwoordig steeds meer een trekpleister is voor inwoners van Amsterdam en toeristen.

Uit § 2 blijkt duidelijk dat de onbelemmerde windtoevoer de laatste vijftig jaar sterk is afgenomen, door de steeds verder oprukkende en hogere bebouwing en beplanting. Niet alleen houden obstakels wind tegen, maar ze veranderen door turbulentie ook de richting en de kracht van de wind, zoals eenieder wel bekend is die bij harde wind langs een hoog flatgebouw loopt. Dit betekent dat de wieken niet steeds in één vlak, loodrecht op de windrichting blijven draaien, maar dat door wisselende windrichtingen de wieken telkens vanuit een verschillende richting worden weggedrukt en de as niet mooi in het lager blijft draaien. Doordat de wind niet steeds precies uit één richting waait kan deze plotseling wegvallen en terugkomen, waardoor de wieken ook met een onregelmatige snelheid gaan draaien. Hierdoor kan minder vaak kalksteen en tufsteen worden gemalen, treedt sneller slijtage aan het draaiwerk van de molen op en is meer (kostbaar) onderhoud noodzakelijk. Bij extreme omstandigheden is het zelfs mogelijk dat de wieken van de as af geslagen worden, wat gevaarlijke situaties oplevert – zoals elders in het land is voorgekomen.

De maalstenen van de Krijtmolen zijn met (gezamenlijk) 6000 kilo wel vijf tot zesmaal zwaarder dan die van een korenmolen. De Krijtmolen heeft daardoor veel meer wind nodig dan een korenmolen. Door de toegenomen turbulente wind van de laatste jaren beweegt het maalgedeelte – als het al kan malen – niet constant maar schokkerig.  Het hele bouwwerk van de molen krijgt het dan flink te verduren.

  1. Gevolgen geplande ontwikkeling Elzenhagen-Zuid voor het functioneren van de molen

Uit de plannen voor 2030 (Figuur 1) blijkt dat de molen aan de meeste zijden op minder dan tweehonderd meter omgeven zal zijn door bebouwing (Figuur 1). Om de hinder van nieuwe bebouwing voor de Krijtmolen zoveel mogelijk te beperken zijn in 2016 tussen het bestuur van de Krijtmolen en de Gemeente Amsterdam in onderling overleg afspraken gemaakt, die apart in een brief van de Gemeente zijn vastgelegd en opgenomen zijn in het Stedenbouwkundig Plan en in Figuur 4. Deze afspraken zijn een compromis, waarbij de Krijtmolen zich beperkt heeft tot afspraken over de belangrijkste windrichtingen aan de oostzijde van het Noordhollandsch Kanaal.

Figuur 4

Figuur 4. Ligging van woonblokken volgens het Stedenbouwkundig Plan Elzenhagen-Zuid (29 november 2017). Blokken in de biotoopzone van de Noordbuurt zijn genummerd, die in de Zuidbuurt beletterd. C = clubgebouw ATOS. T = Technasium/sporthal. De lichtgrijze blokken hebben 3 – 7 woonlagen, de donkergrijze blokken zijn woontorens van 8 – 18 verdiepingen.

Daarbij hebben we een deel van de noordoostelijke tot zuidelijke richtingen (Figuur 5) buiten de aangemerkte de biotoopzones gelaten om ruimte te laten voor bebouwing. Daar komen grote woontorens die naar verwachtingen sterke turbulenties kunnen veroorzaken, die schade aan de molen kunnen toebrengen. Voor de Krijtmolen zijn de afspraken van 2016 dan ook het absolute minimum voor een redelijk functioneren van de molen, waaraan niet getornd kan worden.

Figuur 5

Figuur 5. Windroos voor Schiphol (het dichtstbijzijnde station met langjarige uurlijkse windwaarnemingen) voor de periode 2001 – 2018 (www.windfinder.com).

  1. Het niet nakomen van de afspraken

Met de afspraken zoals die in Figuur 4 zijn verbeeld is het bestuur van de Stichting Krijtmolen d’Admiraal akkoord gegaan in het vertrouwen dat zo de belangen van de molenbiotoop gewaarborgd waren. Eind augustus 2018 bleek bij het narekenen van de hoogte van het te realiseren clubgebouw van de atletiekvereniging ATOS dat het gebouw hoger zou uitvallen dan op basis van de biotoopformule is toegestaan. Vervolgens heb ik als adviseur voor de molenstichting berekend wat de hoogten van andere objecten op Elzenhagen Zuid worden, gebruikmakend van beschikbare gegevens over de hoogte van het maaiveld en de aantallen woonlagen volgens het Stedenbouwkundig plan. Uit de berekeningen bleek dat de toegestane hoogten van de molenbiotoop op meer plaatsen worden overschreden. De afwijkingen worden deels veroorzaakt door onjuiste aannames over de hoogte van bouwlagen en door —in afwijking van het Stedenbouwkundig Plan— het maaiveld te verhogen. Daardoor is ook het merendeel van de (tijdelijke) woonblokken van Startblok Elzenhagen te hoog.

De bevindingen van Stichting Krijtmolen d’Admiraal zijn eind augustus 2018 voorgelegd aan de gemeente, die met preciezere gegevens deze hoogten heeft nagerekend. De conclusie is dat een aantal gebouwen de biotoopnorm meters overschrijdt, zelfs als — wat de gemeente naar de mening van Krijtmolen d’Admiraal ten onrechte doet — in de biotoopformule een minder stringente ruwheidscoëfficiënt wordt gehanteerd dan in het biotoopplan van 2010 is opgenomen. Over wijziging van de ruwheidscoëfficiënt heeft de gemeente niet vooraf overleg gevoerd met de molenstichting.

  1. Gevolgen van het niet-nakomen van de afspraken

Sinds de jaren zestig is de biotoop van de molen ernstig aangetast. Oorzaken zijn het – zonder overleg – oprichten van gebouwen zonder voldoende rekening te houden met de molenbiotoop en het planten van hoog groeiende bomen. De bedenkelijke staat van de biotoop zal door het realiseren van de huidige bouwplannen van Elzenhagen-Zuid verder verslechteren en de onderhoudskosten zullen toenemen.

Als de huidige afspraken over de molenbiotoop niet strikt worden nagekomen en er geen afspraken komen over huidige en toekomstige overschrijdingen in andere delen van de molenbiotoop zal dat grote gevolgen hebben. De molen kan dan niet goed meer draaien, op den duur misschien helemaal niet meer. Dan treedt verval van de molen in.

Met Krijtmolen d’Admiraal heeft Amsterdam een uniek cultureel erfgoed in huis, dat steun heeft in wijde kring. Bestuur, vrijwilligers en de Vrienden van de Krijtmolen zijn erg verontrust en bezorgd over het niet-nakomen van de in goed onderling vertrouwen gemaakte afspraken tussen molenbestuur en de gemeente. Hun blijvend steun en enthousiasme is onontbeerlijk voor het voortbestaan van het Rijksmonument Krijtmolen d’Admiraal.

 

Herman van Dam                                                                                              25 september 2018

Adviseur Molenbiotoop ‘Stichting Krijtmolen d’Admiraal’

 

 

Geplaatst op: 17 november 2018 door beheerder