Anno 1792

Krijtmolen d’Admiraal

Functie-Werking

DE MOLEN IN WERKING

Kruirad
Net als alle andere molens van Nederland moet voor er gemalen kan worden de kapconstructie met het wiekenkruis door de molenaar in de richting van de wind worden gezet om optimaal wind te kunnen vangen. Dit zogeheten “kruien” wordt gedaan met behulp van de staartconstructie die aan de achterzijde van de kap zit.  Doormiddel van touwen en haken, die  steeds op de “stelling” (de omloop) verzet kunnen worden, kan de molenaar door aan het “kruirad” te draaien de hele kap met staart en wiekenkruis 360 graden draaien.

kruirad

Voorleggen en zwichten

Afhankelijk van de windkracht van het moment kan de molenaar ook nog extra wind vangen door zeilen op het hekwerk van de wieken te spannen.  Hierin kan de molenaar variëren hoeveel zeil hij “voor wil leggen”!  Hoe minder wind des te meer zeil zal de molenaar op de wieken spannen. Zo kan hij er voor kiezen om bijvoorbeeld vier zeilen volledig te gebruiken of een gedeelte hiervan.  Zo kunnen ook door gedeelten van de zeilen op te rollen bijvoorbeeld “halve” zeilen voorgelegd worden.   Het weghalen van het zeil noemt men “zwichten”  (bij een schip noemt men het weghalen van zeil “reven”).
Als de molen draaiklaar is kan de “vang” (de rem) gelicht worden  en kan de molen gaan draaien.

Het bel;eggen van de zeilen

  Het beleggen van de zeilen

 

Bovenwiel bonkelaar en koningsspil
De rondgaande beweging van de wieken zetten ook het binnenwerk in gang door een overbrenging van het bovenwiel die op de “boven-of wiekenas” bevestigd is.  Dit wiel grijpt in een kleiner wiel (de bovenbonkelaar) die de “koningsspil”, die verticaal door de molen loopt, aandrijft. Aan de onderzijde van de koningsspil is dan weer de “onderbonkelaar” te vinden die weer in een groter wiel grijpt: het “steenwiel”.  Dit grote wiel dat op de stellingzolder te vinden is drijft  op de begane grond twee grote stenen aan die de basis vormen voor de zogenaamde “kollergang”.

Een ingewikkeld stelsel van overbrengingen

                                           Een ingewikkeld stelsel van overbrengingen

De Kollergang
Kantstenen (nu nog rood van vermalen dakpannen)
De twee op hun kant draaiende blauw granieten stenen van de kollergang hebben ieder een gewicht van twee en half duizend kilo.  Onder deze stenen die weer op een derde steen (de ligger) rollen worden de diverse steensoorten vermalen.  Er zijn een zogenaamde binnen- en buitensteen die allebei een eigen cirkel over de natuurstenen ligger draaien.  De opgemetselde verhoging waarop de ligger geplaatst is noemt men het “Doodbed”.

De kollergang met zware kantstenen

  De kollergang met zware kantstenen

De kantstenen die van bovenaf gezien met de wijzers van de klok meedraaien zijn gevat in een zwaar houten vierkant, het “steenraam”.  Het steenraam van d’Admiraal is afkomstig uit de gesloopte Zaanse molen “de Duinjager”.
De stenen hebben naar boven en beneden enige speling in hun lagers om oneffenheden op te vangen, die kunnen ontstaan door opeenhoping van het te malen materiaal of door grote brokken tufsteen en krijt.
Een stel meelopende strijkhouten in gebogen vorm zorgt ervoor dat het onder de stenen gemalen product weer onder de rollende stenen wordt teruggeschoven.

Jacobsladder
Als het gemalen product fijn genoeg is  kan de molenaar een schuif opentrekken waardoor het steenpoeder via een “jakobsladder”  (een lopende band met metalen bakjes)  naar de “buil”gaat.
Deze ronddraaiende zeeftrommel kan het fijnste steenpulver uitzeven en in een zak storten. Grove deeltjes, kluitjes en harde stukjes worden teruggevoerd naar de kollergang voor een tweede maling.

Geplaatst op: 2 november 2016 door admin

Geplaatst op: 2 november 2016 door beheerder